E-nummers: Feiten en fabels

Voeding 21 augustus 2019

20190821 enummers Blog

E-nummers zijn een hot topic in voedingsland. Daarom lichten we graag de feiten en fabels over E-nummers toe.

Wat zijn E-nummers precies?

E-nummers zijn stoffen die aan producten worden toegevoegd om de eigenschappen van het voedingsmiddel te verbeteren. Denk aan smaakversterkers, conserveermiddelen, kleur- en geurstoffen. Niet elke stof die ergens aan wordt toegevoegd is meteen een E-nummer. Een stof wordt pas een E-nummer als het is goedgekeurd door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). Zij stellen ook meteen vast er van een E-nummer in een product mag komen zodat het niet schadelijk is voor het lichaam. Alle E-nummers zijn dus goedgekeurd door de EFSA en zijn veilig om te gebruiken.

Waarom worden E- nummers toegevoegd?

Je kan E-nummers onderverdelen in de verschillende functies die ze hebben. Denk bijvoorbeeld aan: antiklontermiddelen, geur-en smaakstoffen, conserveermiddelen, geleermiddelen, kleurstoffen, smaakversterkers, verdikkingsmiddel, vulstoffen of zoetstoffen. Om er maar een paar te noemen, want de lijst met functies is nog wel iets langer. Soms heeft een stof meerdere functies en valt het in meerdere categorieën tegelijk.

Een makkelijke truc om af te leiden waarom een stof is toegevoegd aan een product is het volgende: de E-nummers tussen 100 en 200 zijn kleurstoffen. Tussen de 200 en de 300 zijn de conserveermiddelen en de voedingszuren. Tussen de 300 en de 400 zijn de antioxidanten en voedingszuren.

Natuurlijke en chemische E-nummers

Veel mensen mensen denken dat E-nummers (bijna) allemaal chemisch zijn, maar 80 procent van alle E-nummers zit van nature al in voeding. E-nummers zijn dus vaak afkomstig uit de natuur. Het kan gehaald worden uit struiken, bomen, planten en zelfs uit stenen. Je hebt ook E-nummers die wel in de natuur voorkomen, maar waarvan het maken van deze stoffen goedkoper is om dat in fabrieken te doen. Dan is er ook nog een categorie E-nummers die niet in de natuur voorkomen, deze worden gemaakt in fabrieken.

Etiket

De fabrikant mag zelf kiezen om het getal, het E-nummer, op het etiket te schrijven of dat hij de stof languit schrijft. Vitamine C kan bijvoorbeeld vervangen worden door E-300.

Misschien denk jij als je E-300 ziet wel… ‘Dat is weer een toevoeging aan het product’... Terwijl als je vitamine C ziet staan je dit waarschijnlijk niet zou denken…

Overgevoeligheid

Er is een hele kleine groep mensen die niet zo goed tegen een paar E-nummers kunnen. Hierbij horen onder andere de mensen met de erfelijke aandoening PKU. Zij kunnen het aminozuur fenylalanine uit aspartaam (zoetstof) niet goed afbreken. Op producten moet vermeld staan dat deze stof erin zit. Dan heb je nog een groep mensen die niet goed tegen sulfiet kan. Dit is een stof die vaak als antioxidant of conserveringsmiddel wordt toegevoegd. Het zit vaak in wijn. Deze overgevoeligheid voor sulfiet komt het meeste voor bij astmapatiënten. In totaal heeft minder dan 4% van alle astmapatiënten hier last van.

En voor iedereen geldt: overmatig gebruik van polyolen (zoetstoffen) kan laxerend werken. Het is dus verstandig om hier niet te veel van te eten. Denk aan, niet te veel suikervrije dropjes of ontbijtkoek zonder suiker.

Peggyverhoef

Peggy Verhoef Diëtist en personal trainer
Mijn naam is Peggy Verhoef, diëtist en personal trainer. Ik schrijf met veel plezier blogs rondom gezondheid, voeding en sport. Ik heb een tijd lang training gegeven aan zwangere vrouwen en vrouwen die recentelijk bevallen waren. Mijn affiniteit met sport is groot, zelf doe ik aan yoga, fitness en hardlopen.